Zelfcursus ontlening

[in ontwikkeling]

Hoe werkt lening.

Er zijn verschillende redenen waarom een leenwoord de moedertaal bin­nenkomt. We noemen er een paar, oplopend in ergernis.

  • nieuwe techniek
  • nieuw begrip
  • opwaardering
  • luiheid
  • onbegrip
  • verwaandheid

Er zijn vast nog meer redenen te bedenken, maar dit is wat ons opvalt.
Elk van deze redenen heeft een eigen belang voor het gebruik ervan.

1. Nieuwe techniek – er is nog geen Nederlands woord voor.
Bijvoorbeeld computer. Het is als totaal nieuw apparaat de Nederlandse samenleving binnengekomen en logisch dat men dan het bijgeleverde woord gebruikt. Voor dit soort woorden is het daarmee gelijk de moeilijk­ste categorie om een Nederlandse vervangen voor te vinden. Het woord is zo snel ingeburgerd dat elke vervanger raar klinkt. De Fransen hebben het met ‘ordinateur’ = soorteermachine, de Duitsers hebben het met ‘rechner’ = rekenmachine geprobeerd. Het slaat slechts gedeeltelijk aan. Het is overal op de we­reld: computer.
Een bijkomend probleem is de functie- en vormverandering van het appa­raat. Het is veel meer dan rekenmachine of sorteerapparaat. Ook tekstbe­werker en communicatiemachine is te gering. Het ding kan alle cognitieve zaken. Maar klinkt cognicator dan wel? Of moeten we er even aan wennen misschien?

2. Nieuw begrip – er is nog geen Nederlands woord voor; het begrip werd nog niet in Nederland gebruikt.
Fiscal cliff is zo’n woord. Het is de fiscale afgrond waar de Verenigde Sta­ten telkens weer voor staan. Het congres moet instemmen met het verho­gen van het begrotingstekort, want de Amerikaanse overheid leeft op krediet. In Nederland bestaat zoiets niet. En hoewel ogenschijnlijk de fiscale afgrond of het belastingsravijn als vervanger wel lekker klinkt, vinden we het toch mog wat raar. Waarom niet het Amerikaanse woord blijven gebrui­ken voor een typisch Amerikaans begrip?

3. Opwaardering – het klink beter in de taal van de wereldmacht.
Hierover kunnen hele boeken worden geschreven en dat gebeurt dus ook. Wetenschappelijke Instituten argumenteren dat een wetenschappelijke studie in de wereldtaal geschreven met meer succes gelezen in het buitenland gelezen zal worden. Geven als motivatie om hun colleges in het ‘Engels’ te geven dat ze er buitenlandse studenten meer trekken. We trekken Oxford én MIT helemaal leeg! En instituties en bedrijven verwachtten dat ze met een Engelse naam wél opgemerkt zullen worden in de Grote Wereld. Van KLM Royal Dutch Airlines tot Piet de Vries for all your plumbing.

4. Luiheid – er wordt een Amerikaans woord gebruikt en men neemt het klakkeloos over.
Shit! Weer te laat, die fucking brug stond weer open. Herkent u de spreek­taal van Amerikaanse straatdetective? Die talloze series waarin almachtige staatsagenten grofgebekte boeven te lijf gaan. Wie veel naar dit soort series kijkt zal al snel tot de overtuiging komen dat ‘iedereen’ vooral shit, fuck en asshole zegt. Daardoor wordt een woord inderdaad vaak een onlosmakelijk deel van de Nederlandse vocabulaire. Waar­om? Nergens om. Als er een taal goed in schelden en vloeken was/is dan wel Nederlands. Maar nadoen is wel lekker makkelijk.

5. Onbegrip – men weet niet wat te zeggen en weet dat de gesprekspart­ner het ook niet weet.
Er kwam een parlementaire enquête over het falen van informatiserings­projecten van de overheid. Dat falen begon met de introductie van de let­ters ict. Het waren ict-projecten. Politiek en bestuur had de mond vol van de ict-manager, het ict-bedrijf, de ict-specialist en de ict-beleidsmedewer­ker. Tot deze enquête. Toen, ze zei het vanaf het spreekgestoelte, ging een lid van de onderzoekscommissie op zoek naar wat die drie letters die ze zo vaak al had gebruikt ‘eigenlijk’ betekenden. Engels, dacht zij. Information and Communication Technics vond ze via Google. De waarheid is dat ict een Nederlandse beursterm was voor de verzameling aandelen in de Informatie- en Communicatietechniek. Aandelen in telefoonproviders, internetproviders en dergelijke. Deze lettercombinatie is inmiddels ingeburgerd voor it (informatechnologie). Probeer niet de correcte term te gebruiken voor de systeembeheerder want hoon is je deel: je moet ict-medewerker zeggen.
Als je niet weet waar je het over hebt is het heel verstandig een woord te gebruiken dat je zelf niet begrijpt. De kans dat een ander je zal vragen wat het betekent is klein. En áls men het vraagt kun je nog proberen en met een ‘misverstand’, uit te redden. Dus gebruikt over en weer vage en halfbegrepen begrippen. Het zegt niet veel maar kletst wel lekker door.

6. Verwaandheid – men wil zich graag beter voordoen dan men is.
Werkgevers denken vaak oprecht dat hun personeel met meer egards behandeld zal worden als er in plaats van personeelchef ‘Human Resources Manager’ op hun visitekaartje staat.
Nogal eens treedt de reflex in werking dat men een woord zoekt en men alleen kijkt binnen de, vermeend superieure, Engelse klankafdeling. Men wil bijvoorbeeld uitdrukken dat men verder kijkt dan de neus lang is en creatief is. Buiten de lijntjes kleuren, het denkraam vergroten. Iets dat je uit de box moet komen en daarbuiten moet thinken. Hoe zeg de bovenliggende klasse, de Amerikaan, dat? Je moet out of the box denken! Helaas dat betekent juist kant-en-klaar – zó uit de doos gehaald. Je wil juist niet kant-en-klare gedachten hebben. Dan zegt de Amerikaan outside the box denken. Buitenkaders denken. Een voorbeeld dat men het in het Nederlands prima zou zeggen maar door overmoed de fout in gaat.

Hoe kunnen we ontlenen.

Het woord ontlenen zelf is een manier van woordvervoegen die weliswaar crea­tief is maar niet veel waardering zal oogsten in het dagdagelijkse spraak­gebruik. Ontlenen kennen wij immers al als ‘afleiden’. Dat wij het toch zomaar in de cursus gebruiken als ontkennende tegenhanger van lenen wijst er al op dat je een beetje speelse geest moet hebben om het ontlenen aan te pakken. Het uitgangspunt moet zijn: grenzen zijn er om te verleggen. Als onze ‘taalregels’ beweren dat het tegenovergestelde van ‘lenen’ ‘teruggeven’ is moet je het aandurven een andere vorm te vinden. Niet om eigenwijs te zijn of tegendraads, maar omdat de nieuwe interpretaties en woorden de taal kunnen verrijken.

Stap 1: woordenboek
De eerste stap in het ontleningsproces is de betekenis van de gebruikte term te achterhalen. Dat is niet altijd eenvoudig. We hebben al gezien dat veel termen juist gebruikt worden omdat de betekenis ervan onduidelijk is. Maar in veel gevallen is het toch handig om de Nederlandse betekenis van het Engelse leenwoord te kennen. Veelal zal de Dikke van Dale of het woordenboek Engels-Nederlands je helpen. Niet zelden is het een oud leenwoord en kent Van Dale het. En zeker als je de onderdelen van het woord apart opzoekt kom je met N-E heel ver. Neem het mysterieuze ‘mindfullness’. Dat bestaat niet in het Engels. ‘Mindfulness’ echter wel. En het betekent ‘state of awareness’. We noteren als eerste vervanger: be­wustzijn. (1)

Stap 2: google
Waar zouden wij zijn, als Google er niet was. Kunt u zich nog te tijd herin­neren dat u maatschappelijke relevante feiten op moest zoeken in kranten en boeken? Wij niet. Wij zoeken in eerste instantie op ‘mindfull­ness”, de verkeerde spelling. We krijgen een zee aan vage artikelen te zien die in vage verwoordingen ingewikkelde hersenoefeningen verkopen en adviseren. Het is zo te zien iets heel erg alternatiefs en diepingrijpend in het gevoelsleven van de mensen. Het herstelt ‘iets’ en het verbetert ‘iets’ in de hersenen. Daarmee komt onze eerste vervanger op de tocht te staan. Die is heel duidelijk, terwijl het woord in Nederland heel duidelijk paramedisch therapeutisch gebruikt wordt. (2, 5)

Stap 3: begrijpen

De eerste Google resultaten nopen ons tot nadere bestudering van de vele literatuur. Willen we begrijpen wat ‘mindfullness” (we zullen naast deze foute ook op de juiste spelling zoeken) echt betekent, bezoeken we een aantal webstekken en lezen een aantal artikelen. Het wordt gebracht als een soort Yoga, als therapie, als schriftelijke cursus. In groepsverband en individuele sessies. En overal kom je tegen dat je er rustig en gelaten van wordt. Je ziet de problemen wel, maar je wordt er niet meer zenuw­achtig van. Je laat de gevaren op je afkomen maar denkt niet meer over de mogelijke gevolgen na. Het is stap nummer zoveel in de acht stappen naar de absolute in­nerlijke rust. Dat soort termen. Eén ding wordt hieruit heel duidelijk. Nie­mand weet wat het woord betekent en ieder geeft er zijn eigen draai aan. (5)

Stap 4: rijpen
Dit is een hopelijk te vermijden tussenstap. Maar in dit geval lopen we vast op het de ruime variatie en het onbegrip van de gebruikers van het woord en dus ook ons ei­gen onbegrip. Je kunt nu veel tijd besteden aan het doorspitten van nog veel meer informatiebronnen of je laat het in het achterhoofd rondzingen tot er als vanzelf zich een betere uitleg aandient. In dit specifieke geval kwam dat door een krantenartikel en een televisiedocumentaire. De krant schreef dat ‘mindfullness” net zo goed werkte als cognitive therapie. Dat zet ons op spoor van, toch weer wel, onze eerste vervanger: bewustzijn. De man in de documen­taire had het over “mindfulness” en vertaalde het zelf in bewust zijn.

Stap 5: woordmaken
Nu weten wat het is. Simpel bewust zijn. Maar dan verpakt in een metafy­sisch jasje van de paranornale geneeskunst. Het woord bewustzijn kan daarmee wel worden opgenomen in onze lijst als vervanger maar vol­doet niet helemaal. Voor de ware ”mindfulness” -adept zal het verbeter­de innerlijke leven in het woord moeten terugkomen. Dat immers (in onbegrip van de werkelijke betekenis) is de reden om het woord ‘mindfulness’ te ge­bruiken.
Nu komt het er op aan om de gedachten die u inmiddels verzameld hebt over het woord met elkaar te laten samenwerken. Het breinbrouwen, wat graag met ‘brainstormen’ wordt aangeduid. We noteren: Bewustzijn, be­wustzinnelijkheid, aandachtelijk, etc. etc.

[Nog een voorbeeld].

[Een vertaalopdracht].

[Een dictee].