Categorie archief: Geen categorie

Een wereld van verschil

 

‘D66 maakt het verschil’ luidde heel wat verkiezingen geleden de slagzin der sociaalliberalen. Een criticus sprak schamper van een anglicisme. Lijsttrekker De Graaf wist drommelsgoed wat hij bedoelde, want ter plekke verbeterde hij het motto in: ‘D66 maakt het verschil uit‘.
Dat klinkt al beter, maar of dat nu dé ‘vertaling’ is?
Nog Nederlandser lijkt mij ‘… geeft de doorslag’.
Maar goed, aan die verkiezingsleuze moest ik denken toen ik de kreet van een buurtsuper zag: ‘Benders. Wat een verschil!’ Even kort, dubbel zo krachtig. Je voelt het verschil.
(Frens Bakker)

 

Andere kost

Ons Indië verloren, het ‘Chinees-Indonesisch restaurant’ geboren, ten minste in Nederland. Maar al gauw werd dat gewoontjes en verdwenen ‘Indisch’ en ‘restaurant’ uit het spraakgebruik. Je ging naar de ‘Chinees’. Nog meer glans verloor die, toen hij het moest opnemen tegen de frituur. Kon je bij de frietboer een zakje patat halen, bij de ‘afhaalchinees’ kon je een zak dampende oosterse kost meekrijgen om thuis op te peuzelen.
Inmiddels wemelt het van de exotische en minder exotische eetgelegenheden. Turks, Thais, Japans, Kroatisch (voorheen Joegoslavisch)… en voor de gehaasten en minder verfijnden de ‘American TakeAway’. Dat klinkt nieuw, maar vertaal het en je houdt een ‘afhaalamerikaan’ over.
Dat ‘takeaway’ leek aan te slaan, maar onze taal sloeg terug en versloeg het Engels met één lettergreep. Weg met ‘-chinees’ of ‘-restaurant’, en wat overblijft is ‘de afhaal’, een benaming die inmiddels gemeengoed is. (Frens Bakker)

Emsterdem

Welkom in Emsterdem

Emsterdem is Nederland ontgroeid. Zo dicht bij het buitenland, zo ver van het binnenland. Elke 30 seconden landt er een vliegtuig met een lading internationaal georiënteerde wereldburgers op Emsterdem Erport Shiphole. Net zo vaak stijgt er weer eentje op. Twee derde van de gearriveerden vertrekt weer snel en komt niet van het vliegveld af, het is een doorgangsvliegveld. Het overige deel bestaat uit Nederlandse toeristen, retour van de strandlanden, en buitenlanders die Holland komen bezoeken.
Buiten de landsgrenzen, het belastingvrije douanegebied, is het grenzeloze Globish tot gemeenschapstaal verheven. Logisch. Het is niet Nederland, het is niet buitenland, het is niemandsland. De noodzakelijke maar minimale communicatie heeft niet veel meer dan het handvol woorden van het Globish nodig. Maar wie de grens passeert in de verwachting in Nederland te arriveren, komt bedrogen uit. Het blijkt gewoon de voortzetting van het niemandsland waar Globish de voertaal is. Waar is Nederland? Begint dat pas in Emsterdem? Maar in de trein ernaartoe spreekt en schrijft men Globish. Wie uitstapt in die legendarische vrijstad, ziet en hoort slechts Globish. Hoe vervreemdend, te belanden tussen thuisland en bestemming in een geglobaliseerd niemandsland. Emsterdem, het hoort niet bij Nederland. Het is geen buitenland. We zijn het kwijt. Shiphole heeft het weggemaakt.

Shiphole

Schiphol is op de eerste plaats een overstapluchthaven. Twee derde van de passagiers komt en gaat zonder het vliegveld te verlaten. Dat was voor Shiphole aanleiding de luchthaven zoveel mogelijk van Nederlandse opschriften te ontdoen. Bordenontwerper Mijksenaar heeft er zelfs een prijs voor gekregen. Voorafgaand werd hij bevraagd door een landelijk ochtendblad. Hij verklaarde dat wie geen Engels kent, ook nooit de weg terugvindt naar Schiphol. O nee? Denk eens aan de Turkse immigrant die naar Istanboel vliegt. Die heeft sinds zijn aankomst in Nederland keurig Nederlands geleerd, maar geen Engels. Die voelt zich verloren op Schiphol Amsterdam Airport, maar vindt voor zijn terugvlucht feilloos zijn weg op de Istanboelse luchthaven Atatürk. Dankzij de tweetalige bewegwijzering. Bij het artikel staat een foto van Mijksenaar, zittend tussen zijn internationale ontwerpen, die allemaal even overzichtelijk… als tweetalig zijn. Hij kan het dus wél, als het hem maar wordt gevraagd.

Shaming noch faming

Wat is echt Nederlands voor shaming? Gewoon ‘beschamen’. Van Dale noemt als voorbeeld: ‘God beschaamt de hoogmoedige’. Shaming staat ook in de drieslag: naming, blaming and shaming. Zo’n trits is ook in onze taal mogelijk, maar dan moeten we wel de vertaling ‘beschamen’ loslaten: ‘noemen, verdoemen en ontroemen’. Dat laatste woord kent u misschien niet, maar het is al door niemand minder dan Multatuli gebruikt. Het tegendeel van naming, blaming and shaming is naming and faming. En dat heet in goed Nederlands dan weer ‘noemen en roemen’. Allemaal prima tegenhangers waarvoor we ons niet hoeven te schamen.

Om te beginnen starten

En starten maar…

Start en starten komen uit het Engels en zijn als sporttermen en voor het in gang zetten van motoren allang ingeburgerd. Maar de laatste tijd verdringen ze andere Nederlandse woorden. Denk aan ‘zij startte haar loopbaan’ , ‘de start van de cursus’, ‘startende ondernemers’, ‘starters op de huizenmarkt’ en ‘een onderzoek starten’. Hoe deze dynamische start-wildgroei te lijf te gaan? Vaak bieden ‘beginnen’ en afgeleiden uitkomst: ‘Zij begon haar loopbaan …’, ‘een onderzoek beginnen’ of ‘instellen’. Naast ‘begin’ bestaat nog ‘aanvang’: ‘het begin/de aanvang van de cursus’. Maar ‘beginner’ riekt soms te zeer naar ‘beginneling’. Dat vraagt om steviger tegenhangers, om ‘intreders’ op de arbeidsmarkt en ‘aantredende ondernemers’ die een start-up (pioniersbedrijf) op poten zetten.