Shaming noch faming

Wat is echt Nederlands voor shaming? Gewoon ‘beschamen’. Van Dale noemt als voorbeeld: ‘God beschaamt de hoogmoedige’. Shaming staat ook in de drieslag: naming, blaming and shaming. Zo’n trits is ook in onze taal mogelijk, maar dan moeten we wel de vertaling ‘beschamen’ loslaten: ‘noemen, verdoemen en ontroemen’. Dat laatste woord kent u misschien niet, maar het is al door niemand minder dan Multatuli gebruikt. Het tegendeel van naming, blaming and shaming is naming and faming. En dat heet in goed Nederlands dan weer ‘noemen en roemen’. Allemaal prima tegenhangers waarvoor we ons niet hoeven te schamen.

Een gedachte over “Shaming noch faming

  1. Shaming wordt denk ik vooral gebruikt als men bedoelt: kwaadspreken. De vaste uitdrukking naming and shaming zou ik vertalen met roddelen. Maar dan nog, aangezien niemand dat doet, is er toch ook niemand die naming and shaming zou willen gebruiken 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.